Verloskundige
Op deze websitepagina lees je informatie over de KLIM-pilot die van start is gegaan. Je leest hier wat de pilot inhoudt en wat dit voor jou betekent.
De daadwerkelijke werkwijze van de KLIM is nog niet definitief en kan straks in praktijk op detailniveau afwijken – momenteel wordt de samenwerking tussen verloskundige en kraamverzorgende rondom de KLIM nog verder afgestemd met de KNOV.
Wat is de KLIM?
De KLIM-methodiek is een indicatiemethodiek met het voornemen om passender te kunnen indiceren. De KLIM is ontwikkeld om kraamzorg nog beter te laten aansluiten op de zorgbehoeften van gezinnen. Op basis van zorgzwaartepakketten en zorgdoelen wordt tijdens de kraamperiode vastgesteld welke ondersteuning nodig is.
Eerdere pilots laten voorzichtig zien dat deze manier van indiceren mogelijk kan zorgen dat enerzijds gezinnen met een hogere zorgbehoefte meer kraamzorg ontvangen. En dat anderzijds gezinnen bij wie het voorspoedig verloopt, ook passende kraamzorg ontvangen, vaak met een lagere inzet.
Hoe werkt de KLIM?
Tijdens het intakegesprek brengt de kraamverzorgende of intaker de zorgbehoefte van het gezin in kaart volgens de GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoeften, methodiek van NCJ). Samen met de cliënt worden passende zorgdoelen vastgesteld. Op basis hiervan wordt een zorgzwaartepakket gekozen dat aansluit bij de situatie van het gezin.
Na de partus beoordeelt de kraamverzorgende, op basis van aanvullende gegevens van de partus en objectieve criteria, of het zorgzwaartepakket nog passend is. De verloskundige stelt daaropvolgend de indicatie vast.
Eventuele bijstelling vindt plaats in overleg met de verloskundige, kraamverzorgende en de cliënt, waarbij de verloskundige eindverantwoordelijk is. Bij kritische observaties neemt de kraamverzorgende contact op met de verloskundige. De verloskundige stelt de diagnose en beoordeelt samen met de kraamverzorgende of het zorgzwaartepakket nog passend is bij de situatie en stelt deze zo nodig bij. Op het moment dat een cliënt uit het ziekenhuis komt, vindt er geen aftrek van uren plaats, in tegenstelling tot het huidige LIP.
Tijdens de kraamperiode werkt de kraamverzorgende met zorgdoelen. Deze doelen maken inzichtelijk welke ondersteuning en bijbehorende activiteiten nodig zijn. Zo wordt passende kraamzorg geboden die meebeweegt met de zorgbehoeften van het gezin.
Wanneer gaan we werken met de KLIM?
Deze pilot is bedoeld om meer inzicht te krijgen in deze indicatiemethodiek, en levert, samen met andere pilots en rapporten, handvatten voor verbeteringen in de kraamzorg.
- De voorloperorganisaties zijn in het eerste kwartaal van 2026 gestart met de scholing van kraamzorgmedewerkers in het werken met deze indicatiemethodiek.
- Vanaf april wordt de KLIM stapsgewijs toegepast bij cliënten in de regio’s van de voorloperorganisaties.
Als onderdeel van de pilot wordt de KIWO-studie uitgevoerd door de vakgroep Verloskundige Wetenschap van het UMCG. Deze studie monitort de pilot en levert adviezen op basis van de gezondheidsuitkomsten van moeder en kind, én de ervaringen van cliënten, kraamverzorgenden en verloskundigen met deze methodiek.
Wat betekent de KLIM voor mij?
Let op: de KLIM wordt nu alleen getest in de regio’s van de voorloperorganisaties. Val je buiten deze regio’s, dan is er geen sprake van verandering voor jou.
Als verloskundige ben je medisch eindverantwoordelijk. De afstemmingsafspraken zoals vastgesteld in het LIP blijven gelden. Daarnaast blijf je verantwoordelijk voor de indicatie en toekenning van kraamzorg, ook wanneer deze wijzigt door verandering in de objectieve criteria van de cliënt of pasgeborene.
Binnen de KLIM-pilot zijn er ten opzichte van de huidige werkwijze (LIP) twee belangrijke verschillen:
Wijziging via zorgzwaartepakket
- In plaats van het bij-indiceren van losse uren, kan bij een veranderde zorgbehoefte van de cliënt of pasgeborene op basis van objectieve criteria gewisseld worden naar een ander zorgzwaartepakket. Hierdoor komt een passende hoeveelheid uren beschikbaar, binnen de vastgestelde indicatie. Dit gebeurt in samenspraak tussen de verloskundige, kraamverzorgende en cliënt.
Klaar-is-klaar-principe
- De kraamzorg wordt minimaal tot en met de zevende dag postpartum geleverd. Wanneer de zorgdoelen zijn behaald, kan de kraamzorg in overeenstemming met de verloskundige, de kraamverzorgende en de cliënt worden afgesloten. Dit betekent dat niet altijd alle uren uit het zorgzwaartepakket worden ingezet.
De indicatie en de geleverde zorg in de KLIM-pilot voldoen aan de multidisciplinaire richtlijn Postnatale zorg en de ZIG.
Waarom de KLIM?
Vanaf april starten een aantal kraamzorgorganisaties met de pilot van de indicatiemethodiek voor kraamzorg: KLIM (Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek).
Het KLIM-project maakt deel uit van het transformatieplan van Bo Geboortezorg en wordt gezamenlijk uitgevoerd door Bo Geboortezorg, KCKZ en de KNOV. Na afloop van de pilot evalueren deze partijen gezamenlijk de resultaten, op basis van de ervaringen binnen de KLIM en de opgeleverde rapporten, in relatie tot eventuele andere pilots van het transformatieplan.
Met de KLIM-pilot streven we naar passende kraamzorg, waarbij de indicatie flexibeler wordt toegepast: een andere indeling van de zorgperiode, met de mogelijkheid om op- of af te schalen waar nodig. Op deze manier leveren we zorg waar deze het hardst nodig is, met behoud van kwaliteit en continuïteit. Deelname aan de KLIM-pilot is niet optioneel. In de algemene leveringsvoorwaarden is vastgelegd dat de zorg wordt geleverd volgens de geldende indicatiemethodiek. De KLIM-pilot valt binnen deze methodiek.
Bekijk hier hoe de KLIM werkt!
Q&A
Bekijk hier veelgestelde vragen over de KLIM-pilot.
Val ik/mijn praktijk binnen de regio's van de voorloperorganisaties?
Binnenkort zullen we een websitepagina publiceren waarop de postcodes staan per pilot-regio.
Ook zullen de voorloperorganisaties op korte termijn een kick-off bijeenkomst organiseren over de pilot. Als jij en/of jouw praktijk binnen deze regio valt, zullen zij contact met je opnemen en hierover nader informeren.
Wat houden de zorgzwaartepakketten in?
Aan de hand van objectieve criteria, de mate van kwetsbare omstandigheden en beschermende factoren wordt een passend zorgzwaartepakket gekozen voor de cliënt. Er zijn vijf zorgzwaartepakketten:
- Zorgzwaartepakket 1: bestaat uit basiszorg die nodig is voor iedere cliënt, ongeacht de situatie.
- Zorgzwaartepakket 2: als er sprake is van maternale gezondheidsrisico’s en/of neonatale gezondheidsrisico’s, zoals een episiotomie, schisis of opname NICU. Daarnaast is er sprake van een of meerdere risicofactoren van kwetsbare omstandigheden, waarbij de beschermende factoren in relatie tot de omstandigheden voldoende toereikend zijn.
- Zorgzwaartepakket 3: als er sprake is van maternale gezondheidsrisico’s en neonatale gezondheidsrisico’s, zoals een sectio, fluxus of premature neonaat. Daarnaast is er sprake van een of meerdere risicofactoren van kwetsbare omstandigheden, waarbij de beschermende factoren in relatie tot de omstandigheden niet voldoende toereikend zijn.
- Zorgzwaartepakket 4: als er sprake is van ernstige/urgente maternale gezondheidsrisico’s, zoals acute psychiatrische problematiek of het overlijden van de kraamvrouw. Daarnaast is er sprake van een of meerdere ernstige/urgente risicofactoren van kwetsbare omstandigheden en de beschermende factoren zijn onvoldoende toereikend.
- Zorgzwaartepakket 5: betreft zorg na thuiskomst als de kraamvrouw en de pasgeborene na meer dan 10 dagen thuiskomen uit het ziekenhuis. Daarnaast geldt dit pakket bij alternatieve zorgvormen, zoals pleegzorg of adoptie.