Regionale partuspools: verdelen van partusassistentie in de regio
Partusassistentie vanuit de kraamzorg is een kernonderdeel van de acute geboortezorg. Tegelijkertijd staat de beschikbare capaciteit steeds vaker onder druk. In veel regio’s is het inmiddels geen uitzondering meer dat er op bepaalde momenten geen partusassistentie beschikbaar is. En juist op díe momenten wordt duidelijk waar de knelpunten zitten en waar kansen liggen om de geboortezorg gezamenlijk te versterken.
Binnen het transformatieplan krijgen deze opgaven steeds concreter vorm. Een van de projecten die daarbij nadrukkelijk in beeld is, is de ontwikkeling van regionale partuspools: geen theoretisch model, maar een praktische samenwerkingsvorm die in meerdere regio’s al wordt verkend en getest.
De projectleider van dit project is Annelies de Vries, adviseur, programmamanager en procesbegeleider binnen de geboortezorg. Vanuit haar bureau Hart & Zorg voor samenwerking begeleidt zij organisaties bij complexe veranderprocessen, netwerkvorming en het versterken van samenwerking. “Wat mij drijft, is het verbinden van mensen, organisaties en domeinen,” vertelt ze. “En dit project sluit naadloos aan bij de
landelijke ambitie om de geboortezorg toekomstbestendig te maken door het werkgeluk van de mens centraal te zetten.”
Nieuwe efficiënte werkwijze
In de huidige situatie organiseren kraamzorgorganisaties hun partusassistentie grotendeels zelfstandig. Dat betekent eigen roosters, eigen wachtdiensten en versnipperde capaciteit. Door de afname van thuisbevallingen en de toename van (poli)klinische bevallingen staan steeds meer kraamverzorgenden langdurig op wacht, terwijl we weten dat een aanzienlijk deel van hen tijdens die diensten niet wordt opgeroepen voor partusassistentie. “Deze onbenutte inzet frustreert niet alleen de capaciteit in de regio, maar raakt ook direct aan de medewerkerstevredenheid. Kraamverzorgenden ervaren dat zij te vaak en te lang paraat staan zonder daadwerkelijk te kunnen werken. Het systeem begint vast te lopen nu de personele krapte toeneemt. Alles individueel blijven organiseren is niet langer houdbaar.”
Regionale partuspools doorbreken dat patroon. In plaats van ieder voor zich, bundelen organisaties hun capaciteit en organiseren zij partusassistentie gezamenlijk. Dat gebeurt regionaal, waardoor de inzet van kraamverzorgenden beter en efficiënter benut kan worden en de kans groter is dat zij daadwerkelijk opgeroepen worden om bij een bevalling te assisteren. Het gevoel van bekwaamheid hangt samen met het in de praktijk kunnen brengen van expertise. Dat neemt toe als kraamverzorgenden vaker worden opgeroepen.
Het gaat daarbij om ondersteuning tijdens de bevalling thuis en/of poliklinisch, waarbij kraamverzorgenden vanuit verschillende organisaties onderdeel worden van één gezamenlijke pool.
Wat betekent dat in de praktijk?
Werken vanuit een partuspool betekent voor kraamzorgorganisaties een verandering in hoe diensten
worden gepland en verdeeld. In plaats van gekoppeld te zijn aan hun eigen organisatie en één wachtdienststructuur, dragen kraamverzorgenden bij aan een pool samen met kraamverzorgenden van andere organisaties in dezelfde regio. Dat klinkt als een grote stap, maar de bedoeling is juist om meer rust en voorspelbaarheid te creëren. En daarnaast een eerlijkere verdeling van
werk en meer grip op het rooster. “In het transformatieplan zijn partuspools een belangrijke sleutel,” legt De Vries uit. “Niet alleen om capaciteit slimmer in te zetten, maar ook om de medewerkerstevredenheid te verhogen, want uiteindelijk moeten onze kraamverzorgenden dit werk wel kunnen en willen blijven doen.”
Het model heeft ook een positief effect op de rest van de keten. Bij een goed werkende partuspool kunnen verloskundigen rekenen op tijdige partusassistentie. Daarbij als partusassistentie in een regio goed met elkaar is georganiseerd, dan neemt de druk op andere geboortezorgdisciplines af. Zo moeten we ervoor zorgen dat het systeem weer in balans komt.
Van plan naar pilot
Het project partuspools bevindt zich inmiddels in een concrete uitvoeringsfase. De landelijke voorbereidingen zijn afgerond en vier pilotregio’s zijn gestart. Twee regio’s bouwen een nieuwe partuspool op, terwijl de andere twee regio’s hun bestaande pool opnieuw inrichten. “Wat alle pilotregio’s gemeen hebben, is dat zij werken aan dezelfde doelen: het verminderen van wachtdiensten en daarmee het verhogen van tevredenheid bij medewerkers, én het beter inzetten van de beschikbare kraamverzorgenden.”
Leren op regionaal én landelijk niveau
Een kerncomponent van dit project is de manier waarop ervaringen worden gedeeld. De pilotregio’s staan niet op zichzelf, maar zijn verbonden via een landelijke projectgroep. Daarin zitten naast regionale projectleiders ook de KNOV en cliëntenorganisaties. “De pilotregio’s brengen hun ervaringen, knelpunten en oplossingen naar landelijk niveau,” legt De Vries uit. “Zo leren we samen wat werkt en wat niet.”
Die gezamenlijke leerervaring is belangrijk, want de inzichten uit de pilotregio’s worden gebruikt om straks
andere regio’s te ondersteunen, bijvoorbeeld met handreikingen, formats en praktische kaders. “Het doel is niet om één blauwdruk op te leggen, maar om regio’s te helpen een eigen variant van een partuspool te ontwikkelen die het best aansluit op hun lokale situatie.”
Een uitdagend project
Tegelijkertijd is de invoering van partuspools geen eenvoudige opgave. Organisaties met verschillende
achtergronden, belangen en werkculturen moeten intensief gaan samenwerken. “Dat vraagt om geduld. Deze organisaties moeten investeren om elkaar echt te willen begrijpen en over de muren van de eigen organisatie durven kijken” zegt de Vries. Ook praktisch gezien zijn er uitdagingen: roosters moeten worden afgestemd, data moet gedeeld worden en medewerkers moeten meegenomen worden in de verandering. “De grootste uitdaging is misschien wel om in alle drukte de menselijke maat te blijven zien. Alleen dan kunnen we onze doelen écht waarmaken.”
Beweging die verder reikt
Wat partuspools bijzonder maakt, is dat ze meer zijn dan een organisatorische ingreep. Ze staan symbool voor een bredere beweging binnen de geboortezorg: van versnippering naar samenwerking, van individuele oplossingen naar een gezamenlijke aanpak. Voor geboortezorgprofessionals die binnenkort met partuspools te maken krijgen, heeft De Vries een duidelijke boodschap: “Zie het als iets dat er vóór je is. Het is bedoeld om je werk te ondersteunen; met meer rust, meer voorspelbaarheid en meer ruimte om je vak goed uit te oefenen. Jullie ervaringen zijn hierin onmisbaar. Deel wat je nodig hebt, wat werkt en wat schuurt. Zo maken we samen de geboortezorg sterker én menselijker.”
Annelies de Vries, projectleider Regionale Partuspools