Kraamverzorgende

Hier vind je alle informatie over de KLIM: de nieuwe indicatiemethodiek voor passende kraamzorg. Wat betekent de KLIM en hoe werkt de KLIM in de praktijk? Je leest het op deze pagina. 

De daadwerkelijke werkwijze van de KLIM kan straks in praktijk op detailniveau afwijken – momenteel loopt de KLIM-pilot bij 7 voorloperorganisaties. De KLIM zal nog verbeterd worden op basis van evaluatie en andere resultaten. 

Wat is de KLIM?

Iedere cliënt verdient kraamzorg die past bij haar situatie. Daarom is er een nieuwe indicatiemethodiek ontwikkeld, namelijk de KLIM! Dit staat voor Kraamzorg Landelijke Indicatiemethodiek. Met deze indicatiemethodiek kan de kraamzorg beter worden afgestemd op de zorgbehoefte van de cliënt.  De KLIM draagt bij aan het gelijkwaardig en efficiënt verdelen van de kraamzorg. En jij speelt hierin als kraamverzorgende een onmisbare rol!

Tijdens de intake brengt de intaker samen met de cliënt de zorgbehoefte in kaart. Hiervoor wordt de GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften) gebruikt. Dit is een gespreksmethodiek om doelgericht de zorgbehoefte van cliënt en gezin inzichtelijk te maken.

Aan de hand van de zorgbehoefte en objectieve criteria (zoals een geplande keizersnede) wordt een passend zorgzwaartepakket toegewezen aan de cliënt.

Aan het begin van de kraamperiode bespreek je samen met de cliënt of het zorgzwaartepakket nog past in de huidige situatie. Als dit niet het geval is, kan er nog gewisseld worden van zorgzwaartepakket in overleg met de cliënt, de verloskundige en de planning. Dit is hetzelfde als bij een herindicatie volgens het LIP.


Tijdens de kraamperiode
werk je aan de hand van zorgdoelen. Bij de 3e of 4e zorgdag is een vast evaluatiemoment met jou en de cliënt. Hierin bespreek je de voortgang van de zorgdoelen: waar nog aandacht nodig is, of welke eventueel al behaald zijn.

Afsluiten van de zorg doe je als alle zorgdoelen zijn behaald of zijn overgedragen aan een andere zorgprofessional. De KLIM maakt het mogelijk dat de kraamperiode al eerder kan worden afgesloten, als de situatie het toelaat.

De KLIM is in de afgelopen jaren door de kraamzorgsector onderzocht. Hieruit bleek dat de KLIM nog verbeterd moet worden, voordat deze landelijk geïmplementeerd kan worden.

We staan nu aan de start van deze nieuwe fase: de doorontwikkeling. In deze fase wordt de methodiek verbeterd met inzichten uit de praktijk.

De intakers zijn in Q1 van 2026 gestart met de training van de GIZ-methodiek. In Q2 van 2026 zullen de eerste cliënten kraamzorg krijgen met de KLIM. 

De KLIM betekent dat je passende kraamzorg gaat geven door middel van methodisch werken (zorgdoelen). Dit is zorg op maat. 

In de praktijk zullen de gezinnen in zorgzwaartepakket 3 en 4 het meeste kraamzorg ontvangen. Aan de andere kant krijgen gezinnen in zorgzwaartepakket 1-2 minder kraamzorg, omdat de situatie in het gezin dat toelaat.

In de kraamperiode werk je met zorgdoelen. Als de zorgdoelen zijn behaald óf zijn overgedragen aan een andere zorgprofessional, kan de kraamzorg eerder worden afgesloten. 

De kraamverzorgende is één van de weinige zorgprofessionals die bij cliënten áchter de voordeur komt. Jij kan zien hoe een cliënt zich voelt en handelt in een thuissituatie. Door te werken met zorgdoelen en zorgzwaartepakketten sluit kraamzorg aan bij wat de cliënt nodig heeft.

En zo kun jij aan het einde van de kraamperiode met een gerust gevoel de deur achter je dicht doen.

Kraamzorgmedewerker

Cliënt

Bekijk hier hoe de KLIM werkt!

Q&A KLIM

Lees hier antwoorden op de veelgestelde vragen over de KLIM-pilot.

Wat betekent methodisch werken?

Het omvat de volgende stappen:

  1. Informatie verzamelen tijdens startgesprek aan het begin van de kraamzorg.
  2. Afspraken maken over de zorgdoelen. 
  3. Uitvoeren van de kraamzorg.
  4. Evalueren van de kraamzorg.
  5. Bijstellen waar nodig. 

Het zijn 9 vaste doelen. Deze staan omschreven in het (digitale) dossier.

Je bepaalt samen met de ouders de invulling voor elk omschreven zorgdoel. Stel bij ieder doel de vraag:

  • Hoe ziet dit eruit voor jullie?
  • Wat betekent dit voor jullie?
  • Wat kunnen jullie al?
  • Wat willen jullie nog leren?

Het gaat om de volgende 9 doelen:

Algemeen dagelijks leven 

1. Herstel kraamvrouw: Kraamvrouw is voldoende hersteld (fysiek, psychisch en emotioneel) en weet wat zij kan doen om haar herstel verder te verbeteren. Zij kan op passende wijze weer voor haarzelf zorgen en de wenselijke rol in het gezin oppakken.

2. Gedrag pasgeborene: Ouders herkennen normaal gedrag van hun pasgeborene. Bij bijzonderheden en afwijkingen van het normale gedrag weten zij bij wie zij terecht kunnen voor vragen.

3. Gezonde leefstijl: Ouders kennen het belang van een gezonde leefstijl voor zichzelf, hun pasgeborene en het gezin en weten hoe zij dit in de praktijk kunnen toepassen

Ouderschap

4. Hechting: Ouders herkennen de signalen van hun pasgeborene en reageren hier passend op. Ouders weten hoe zij de band met hun pasgeborene verder kunnen opbouwen en versterken. 

5. Gezin/zelfredzaamheid: Ouders voelen zich gesteund in hun nieuwe rol en begrijpen dat hun relatie verandert. Zij weten hoe zij hun pasgeborene een goede plek kunnen geven in het gezin. Bij zorgen of vragen weten zij bij wie zij terecht kunnen. 

6. Verzorging pasgeborene: Ouders kunnen zelfstandig en op een veilige manier voor hun pasgeborene zorgen (bijv. veilig slapen).  

7. Voeding pasgeborene: Ouders herkennen de voedingssignalen van hun pasgeborene en kunnen hun pasgeborene zelfstandig op een juiste wijze voeden. 

Gezondheid

8. Gezondheidsrisico’s: Ouders weten wat mogelijke gezondheidsrisico’s (bijv. koorts) voor de kraamvrouw en hun pasgeborene zijn en weten wat zij moeten doen als de situatie afwijkt. 

9. Infectiepreventie: Ouders weten het belang van hygiëne om infecties te voorkomen. Zij weten hoe zij zorgen voor een goede hygiëne voor de kraamvrouw, hun pasgeborene en het gezin.  

Er zijn vijf zorgzwaartepakketten. 

De intaker doet een intakegesprek met het gezin. Hierbij kijkt de intaker naar de zorgbehoefte van moeder en het gezin. Denk hierbij aan medisch, psychosociaal, zelfredzaamheid en wat goed gaat of zorgen geeft. 

Op basis daarvan kiest de intaker een passend zorgzwaartepakket en beschrijft de zorgbehoefte voor de kraamperiode. 

Bekijk hier de vijf zorgzwaartepakketten:

Zeven kraamzorgorganisaties, verspreid door Nederland, brengen de KLIM-methodiek als eerste in de praktijk. Zij werken met de KLIM om te ervaren hoe de methodiek loopt in de praktijk. 

De volgende kraamzorgorganisaties zijn voorloper:
1. ABC Kraamzorg (regio Brabant)
2. Isis Kraamzorg (regio Friesland)
3. Lunavi Kraamzorg (regio Zeeland)
4. Kraamzorg de Waarden (regio Zuid-Holland)
5. Zorgorganisatie Zorg-Vuldig (regio Zuid-Holland)
6. RST Zorgverleners (regio …)
7. Naviva Kraamzorg (regio …)

Het geven van kraamzorg met de KLIM door de zeven voorloperorganisaties duurt tot en met eind 2026. Daarna worden de uitkomsten van de pilot verwerkt en wordt de KLIM verder verbeterd. 

Uit onderzoek blijkt dat de KLIM nog verder verbeterd moet worden. Daarom loopt gelijktijdig met de pilot bij voorloperorganisaties, een wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek noemen we de KIWO-studie. 

De KIWO-studie monitort de KLIM en levert adviezen op basis van de gezondheidskomsten van moeder en kind. En houdt zicht op de ervaringen van cliënten, kraamverzorgenden en verloskundigen die te maken hebben met de KLIM-methodiek.

Door data te verzamelen uit de dagelijkse praktijk – onder andere via kraamzorgregistraties, vragenlijsten, focusgroepen en bestaande data-infrastructuren – ontstaat inzicht in wat goed werkt, waar knelpunten zitten en welke aanpassingen in de KLIM nog nodig zijn.