Verloskundige
Hier vind je alle informatie over de KLIM: de nieuwe indicatiemethodiek voor passende kraamzorg. Wat betekent de KLIM en hoe werkt de KLIM in de praktijk? Je leest het op deze pagina.
De daadwerkelijke werkwijze van de KLIM kan straks in praktijk op detailniveau afwijken – momenteel loopt de KLIM-pilot bij zeven voorloperorganisaties. De methodiek wordt in de komende periode verder ontwikkeld op basis van monitoring, praktijkervaringen en onderzoek (KIWO-studie).
Wat is de KLIM?
De KLIM (Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek) is ontwikkeld om kraamzorg toekomstbestendig te maken. Door capaciteitsproblemen en een toenemende en complexere zorgvraag staat de kraamzorg onder druk. De KLIM is één van de initiatieven die hierop inspeelt.
Deze indicatiemethodiek test of de kraamzorg beter kan worden afgestemd op de daadwerkelijke zorgbehoefte van de cliënt. Door zorgbehoefte te combineren met objectieve criteria ontstaat een meer onderbouwde en evenwichtige indicatiestelling.
Het doel is om ieder gezin de kraamzorg te bieden die past bij de persoonlijke situatie. Meer kraamzorg waar dat nodig is, en minder waar het kan, zonder concessies te doen aan kwaliteit en continuïteit.
Als verloskundige speel jij hierin een belangrijke rol, samen met de kraamverzorgende en de cliënt.
Wat is de KLIM-pilot?
De KLIM-pilot onderzoekt hoe deze indicatiemethodiek in de praktijk werkt en mogelijk bijdraagt aan toegankelijke, kwalitatief goede eerstelijns geboortezorg.
Binnen de pilot werken kraamzorgorganisaties, verloskundigen en cliënten samen. Door deze samenwerking wordt continu geleerd en verbeterd. De inzichten uit de pilot helpen om keuzes te maken voor de toekomst van de kraamzorg.
De pilot is daarmee een belangrijke stap in het realiseren van passende, toekomstbestendige kraamzorg.
Hoe werkt de KLIM-pilot?
Tijdens de intake brengt de intaker (kraamverzorgende) samen met de cliënt de zorgbehoefte in kaart. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van de GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften), die helpt om breed en gestructureerd naar zorgbehoefte van cliënt en gezin te kijken.
Op basis van deze zorgbehoefte en objectieve criteria (zoals medische factoren) wordt een passend zorgzwaartepakket vastgesteld.
Na de partus beoordeelt de kraamverzorgende (of de planner bij een poliklinische bevalling), op basis van aanvullende gegevens van de partus en objectieve criteria, of het zorgzwaartepakket nog passend is. De verloskundige stelt daaropvolgend de indicatie vast.
Tijdens de kraamperiode vindt eventuele bijstelling plaats in overleg met de verloskundige, kraamverzorgende en de cliënt, waarbij de verloskundige eindverantwoordelijk is. Bij kritische observaties neemt de kraamverzorgende contact op met de verloskundige. De verloskundige stelt de diagnose en beoordeelt samen met de kraamverzorgende of het zorgzwaartepakket nog passend is bij de situatie en stelt deze zo nodig bij. Op het moment dat een cliënt uit het ziekenhuis komt, vindt er geen aftrek van kraamzorguren plaats, in tegenstelling tot het huidige LIP.
De zorg wordt, in afstemming met de verloskundige, kraamverzorgende en cliënt, afgerond wanneer de zorgdoelen zijn bereikt. Indien verdere zorg nodig is, draagt de verloskundige de zorg over aan de Jeugdgezondheidszorg en eventueel andere betrokken zorgprofessionals. Wanneer de situatie dit toelaat, kan de kraamzorg al eerder worden afgesloten.
Deze flexibele inzet van zorg maakt het mogelijk om capaciteit in te zetten waar deze het hardst nodig is.
Wanneer gaan we werken met de KLIM?
De KLIM is in de afgelopen jaren ontwikkeld en onderzocht binnen de sector. Daaruit bleek dat er verdere ontwikkeling nodig is.
We bevinden ons nu in deze fase van doorontwikkeling, waarin het testen, de methodiek en ervaringen in de praktijk centraal staan.
De intakers van de kraamzorgorganisaties zijn in het eerste kwartaal van 2026 gestart met de training van de GIZ-methodiek. Verloskundigen in de pilotregio’s indiceren vanaf het tweede kwartaal van 2026 via de KLIM.
Wat betekent de KLIM voor mij?
Je werkt samen met de kraamverzorgende binnen een methodische aanpak, waarin zorgdoelen centraal staan. Dit ondersteunt het leveren van zorg op maat en maakt het mogelijk om gedurende de kraamperiode flexibel bij te sturen.
Als verloskundige ben je medisch eindverantwoordelijk. De afstemmingsafspraken zoals vastgesteld in het LIP blijven gelden. Daarnaast blijf je verantwoordelijk voor de indicatie en toekenning van kraamzorg, ook wanneer deze wijzigt door verandering in de objectieve criteria van de cliënt of pasgeborene.
Binnen de KLIM-pilot zijn er ten opzichte van de huidige werkwijze (LIP) twee belangrijke verschillen:
Wijziging via zorgzwaartepakket
- In plaats van het bij-indiceren van losse uren, kan bij een veranderde zorgbehoefte van de cliënt of pasgeborene op basis van objectieve criteria gewisseld worden naar een ander zorgzwaartepakket. Hierdoor komt een passende hoeveelheid uren beschikbaar, binnen de vastgestelde indicatie. Dit gebeurt in samenspraak tussen de verloskundige, kraamverzorgende en cliënt.
Klaar-is-klaar-principe
- De kraamzorg wordt minimaal tot en met de zevende dag postpartum geleverd. Wanneer de zorgdoelen zijn behaald, kan de kraamzorg in overeenstemming met de verloskundige, de kraamverzorgende en de cliënt worden afgesloten. Dit betekent dat niet altijd alle uren uit het zorgzwaartepakket worden ingezet.
De indicatie en de geleverde zorg in de KLIM-pilot voldoen aan de multidisciplinaire richtlijn Postnatale zorg en de ZIG.
Bekijk hier hoe de KLIM werkt!
Q&A
Lees hier antwoorden op de veelgestelde vragen over de KLIM-pilot.
Val ik/mijn praktijk binnen de regio's van de voorloperorganisaties?
Binnenkort publiceren we een websitepagina waarop de postcodes staan per pilot-regio.
Ook organiseren de voorloperorganisaties op korte termijn een kick-off bijeenkomst over de pilot. Als jij en/of jouw praktijk binnen deze regio valt, zullen zij contact met je opnemen en hierover nader informeren.
Wat betekent methodisch werken?
Het omvat de volgende stappen:
- Informatie verzamelen tijdens startgesprek aan het begin van de kraamzorg.
- Afspraken maken over de zorgdoelen.
- Uitvoeren van de kraamzorg.
- Evalueren van de kraamzorg.
- Bijstellen waar nodig.
Wat zijn de zorgdoelen in de kraamperiode?
Het zijn 9 vaste doelen. Deze staan omschreven in het (digitale) dossier.
De kraamverzorgende bepaalt samen met de ouders de invulling voor elk omschreven zorgdoel. Stel bij ieder doel de vraag:
- Hoe ziet dit eruit voor jullie?
- Wat betekent dit voor jullie?
- Wat kunnen jullie al?
- Wat willen jullie nog leren?
Het gaat om de volgende 9 doelen:
Algemeen dagelijks leven
- Herstel kraamvrouw: Kraamvrouw is voldoende hersteld (fysiek, psychisch en emotioneel) en weet wat zij kan doen om haar herstel verder te verbeteren. Zij kan op passende wijze weer voor haarzelf zorgen en de wenselijke rol in het gezin oppakken.
- Gedrag pasgeborene: Ouders herkennen normaal gedrag van hun pasgeborene. Bij bijzonderheden en afwijkingen van het normale gedrag weten zij bij wie zij terecht kunnen voor vragen.
- Gezonde leefstijl: Ouders kennen het belang van een gezonde leefstijl voor zichzelf, hun pasgeborene en het gezin en weten hoe zij dit in de praktijk kunnen toepassen.
Ouderschap
- Hechting: Oudersherkennen de signalen van hun pasgeborene en reageren hier passend op. Ouders weten hoe zij de band met hun pasgeborene verder kunnen opbouwen en versterken.
- Gezin/zelfredzaamheid:Ouders voelen zich gesteund in hun nieuwe rol en begrijpen dat hun relatie verandert. Zij weten hoe zij hun pasgeborene een goede plek kunnen geven in het gezin. Bij zorgen of vragen weten zij bij wie zij terecht kunnen.
- Verzorging pasgeborene: Ouders kunnen zelfstandig en op een veilige manier voor hun pasgeborene zorgen (bijv. veilig slapen).
- Voeding pasgeborene: Ouders herkennen de voedingssignalen van hun pasgeborene en kunnen hun pasgeborene zelfstandig op een juiste wijze voeden.
Gezondheid
- Gezondheidsrisico’s: Ouders weten wat mogelijke gezondheidsrisico’s (bijv. koorts) voor de kraamvrouw en hun pasgeborene zijn en weten wat zij moeten doen als de situatie afwijkt.
- Infectiepreventie: Ouders weten het belang van hygiëne om infecties te voorkomen. Zij weten hoe zij zorgen voor een goede hygiëne voor de kraamvrouw, hun pasgeborene en het gezin.
Wat betekent werken met zorgdoelen voor mij?
Werken met zorgdoelen maakt de kraamzorg concreter en beter te evalueren. Je krijgt beter inzicht in de voortgang van de kraamperiode en kunt samen met de kraamverzorgende en cliënt beoordelen of extra inzet of juist afbouw nodig is.
Wat zijn zorgzwaartepakketten?
Er zijn vijf zorgzwaartepakketten.
De intaker van de kraamzorgorganisatie doet een intakegesprek met het gezin. Hierbij kijkt de intaker naar de zorgbehoefte van moeder en het gezin. Denk hierbij aan medisch, psychosociaal, zelfredzaamheid en wat goed gaat of zorgen geeft.
Op basis daarvan kiest de intaker een passend zorgzwaartepakket en beschrijft de zorgbehoefte voor de kraamperiode. De verloskundige stelt na de partus de indicatie vast.
Bekijk hier de vijf zorgzwaartepakketten:
Welke kraamzorgorganisaties zijn voorloper?
Zeven deelnemende kraamzorgorganisaties aan de pilot, verspreid door Nederland, testen de KLIM-methodiek als eerste in de praktijk. Zij werken met de KLIM om te ervaren hoe de methodiek loopt in de praktijk.
De volgende kraamzorgorganisaties zijn voorloper:
1. ABC Kraamzorg
2. Isis Kraamzorg
3. Lunavi Kraamzorg
4. Kraamzorg de Waarden
5. Zorgorganisatie Zorg-Vuldig
6. RST Zorgverleners
7. Naviva Kraamzorg
Klik hier voor het overzicht met de postcodes van de pilotregio’s.
Hoelang duurt de KLIM-pilot?
Het leveren van kraamzorg middels de KLIM door de zeven voorloperorganisaties duurt tot en met eind 2026. Daarna worden de uitkomsten van de pilot verwerkt, geëvalueerd en wordt de KLIM verder verbeterd.
Hoe gaan we verder met de KLIM?
Uit de eerdere ontwikkelfases blijkt dat de KLIM nog verder doorontwikkeld moet worden. Daarom loopt er, parallel aan de pilot bij voorloperorganisaties, een wetenschappelijk onderzoek: de KIWO-studie.
De KIWO-studie monitort de KLIM en beoordeelt de effecten op de gezondheidskomsten van moeder en kind. Daarnaast brengt het onderzoek systematisch de ervaringen in kaart van cliënten, kraamverzorgenden en verloskundigen die werken met de KLIM-methodiek.
Door data te verzamelen uit de dagelijkse praktijk, waaronder kraamzorgregistraties, vragenlijsten, focusgroepen en bestaande data-infrastructuren, ontstaat inzicht in wat goed werkt, waar knelpunten zitten en welke aanpassingen nodig zijn om de KLIM verder te verbeteren en toekomstbestendig te maken.
Wat is mijn rol binnen de KLIM?
Als verloskundige ben je een centrale schakel in de geboortezorg. Binnen de KLIM werk je samen met de kraamverzorgende om te zorgen dat de indicatie en de kraamzorg aansluiten bij de situatie van het gezin. Je bent betrokken bij signalering, afstemming en eventuele bijstelling van de zorg tijdens de kraamperiode.
Verandert mijn rol in de indicatiestelling?
Ja, maar niet fundamenteel. De indicatiestelling wordt anders gestructureerd met behulp van de zorgzwaartepakketten.
Wanneer de zorgdoelen zijn behaald, kan de kraamzorg in overeenstemming met de verloskundige, de kraamverzorgende en de cliënt worden afgesloten (klaar-is-klaar principe). Dit betekent dat niet altijd alle uren uit het zorgzwaartepakket worden ingezet.